Scoliose
Een scoliose is een zijdelingse verkromming van de wervelkolom, hetzij C-, hetzij S-vormig. De wervelkolom vertoont dus een of meerdere bochten in het frontale vlak. Feitelijk vertoont de wervelkolom bij een scoliose een schroefvorm (wenteltrap): normaal liggen de uitsteeksels van de wervelkolom op een lijn, maar bij een cliënt met een scoliose liggen deze uitsteeksel gedraaid, zoals de treden van een wenteltrap. Aangezien de wervelkolom niet zijwaarts kan buigen, vindt bij scoliose zowel lateroflexie als rotatie plaats.
Aan de concave (holle) zijde van de wervelkolom treden musculaire en ligamentaire verkortingen het eerst op, gevolgd door musculaire en ligamentaire contractuurvorming. Aan de convexe (bolle) zijde worden alle structuren verlengd en gerekt. Aan deze zijde wordt ook de dorsale gibbus gevormd; dit is de bochel of bult die ontstaat door de verkromming van de wervelkolom. Aan de concave zijde kan ventraal een gibbus aanwezig zijn.
De torsie bij een scoliose heeft een afwijking van de corpora vertebrae (wervellichamen) tot gevolg naar de convexe zijde en een afwijking van de processi spinosi (uitsteeksels van de wervelkolom) naar de concaviteit. Hierdoor draaien de ribben aan de convexe zijde naar dorsaal en aan de concave zijde naar ventraal. Deze draai van de wervels heeft tot gevolg dat het uiterlijke aspect van de scoliose minder ernstig is dan de röntgenfoto laat zien.
Bron: stichting LOOP