Inleiding kinderpodologie
In de jaren ’70, ’80 en ‘90 werden kinderschoenen met orthopedisch voetbed enorm gepromoot. In schoenenwinkels, bij huisartsen, consultatiebureaus, overal werd onderstreept dat dit belangrijk was voor de zich ontwikkelende kindervoet.
Tot dr. J.D. Visser als autoriteit op dit gebied op televisie verscheen met een heel duidelijk andere mening. Volgens hem was een schoen van destijds 40 gulden in een groot aantal gevallen zelfs beter dan een schoen van een duur kinderschoenenmerk met een orthopedisch voetbed. Dit was het begin van een omwenteling in kinderschoenenland. Orthopedische chirurgen schaarden zich achter dr. Visser, er verschenen steeds meer studies waarin het gebruik van steunzolen voor kindervoeten werd afgeraden en huisartsen die te maken hadden met de “ongeruste moeders” verwezen niet meer naar “goede schoenenwinkels”.
Kinderen zijn massaal op sportschoenen en goedkope kunststof schoenen gaan lopen en tijdens de door de schoenenbranche georganiseerde “kindermeetweken” kwam een heel nieuw probleem naar voren: kinderen met voetschimmel, kromme nagels en scheve tenen.
Op dit moment zijn we ons bewust van het feit dat een goede kinderschoen:
- goed zweet absorbeert (kinderen zweten verhoudingsgewijs meer door hun voeten dan volwassenen);
- een goede pasvorm heeft die past bij het voettype (om afknellen of schuiven te voorkomen) met de goede lengte en breedte;
- soepel en licht van gewicht is;
- zonder corrigerend voetbed of “orthopedische ondersteuning”.
En het advies voor jonge kinderen zal altijd zijn: als de schoen binnenshuis uit kan, laat de schoen dan uit. De voet wordt dan niet belemmerd in de normale groei. Buitenshuis biedt een schoen bescherming.
De rol van de registerpodoloog
De registerpodoloog is het adres waar de huisarts in eerste instantie de ongeruste moeders met hun kind naartoe kan verwijzen. De registerpodoloog kan vaak met een geruststellend consult uitleggen hoe het zit met het verschil tussen pathologie en variaties in groei. De registerpodoloog kent het terrein van klachten die voortkomen uit normale variaties in het fysiologische proces, ook bij het sportende kind.
De meeste kinderen (en hun ouders/verzorgers) kunnen na zo’n consult met een individueel advies gerustgesteld weer naar huis. Er is een groep die met een relatief kleine aanpassing aan de schoenen weer verder kan en soms wordt afgesproken om periodieke metingen te verrichten om het groeiproces te volgen. Er is een specifieke groep die wel met steunzolen of grotere schoenadaptaties geholpen moet worden en er is een specifieke groep die multidisciplinair geholpen moet worden. In het laatste geval werkt de registerpodoloog samen met de fysiotherapeut, Cesartherapeut, huisarts en de orthopedisch specialist. De registerpodoloog speelt hierin een actieve en regisserende rol, vaak over een langere periode.
Kennis van de registerpodoloog
Om de hierboven genoemde rol te kunnen vervullen, moet de registerpodoloog kennis hebben van zijn eigen werkterrein en van het werkterrein van andere disciplines. Hij moet een goed inzicht verwerven in de normale groei en ontwikkeling van het bewegingsapparaat, om kinderorthopedische afwijkingen en aandoeningen te kunnen begrijpen. Tijdens de groei kunnen namelijk diverse variaties in ontwikkeling plaatsvinden, vooral in de periode tot aan de puberteit. Grote variaties worden vaak aangezien voor pathologie. De grote kunst van de kinderpodologie is te kunnen inschatten wanneer er sprake is van een variatie in de normale ontwikkeling en wanneer van pathologie.
Bron: stichting LOOP