Hyper- en hypopronatie
Pronatie is samengesteld uit de combinatie van eversie om de sagittale as, abductie om de longitudinale as en dorsale extensie om de transversale as. In principe proneert iedere voet in lichte mate; dit is een normale situatie waarmee het lichaam de schok van het neerkomen enigszins opvangt.
De mate waarin de voet 'normaal' proneert hangt af van het voettype. Een normale voet, met een gemiddelde subtalaire as (41° ten opzichte van de grond), heeft ongeveer 4° calcaneale eversie (pronatie) nodig gedurende de contactfase tijdens het lopen. Bij een voet met een hoge subtalaire as (holvoettype) is slechts 2 of 3° calcaneale eversie (pronatie) nodig tijdens de contactfase, een voet met een lage subtalaire as (platvoettype) heeft juist meer pronatie nodig, namelijk 5 of 6°.

Omdat een lichte pronatie normaal is mag dit dan ook niet door een speciale schoen worden gecorrigeerd.
Hyperpronatie
Hyperpronatie of overpronatie betekent dat het enkelgewricht (veel) meer dan normaal voor het voettype naar binnen kantelt wanneer na de landing de voet wordt afgewikkeld naar de tenen voor de volgende afzet. Hierdoor ontstaat een verhoogd risico op blessures.
Een matige hyperpronatie van de voet geeft niet altijd klachten. Tijdens het sporten (running of ongeoefend gaan sporten op harde oppervlakten) of in andere situaties waarin de voet stress ervaart, kunnen echter wel pijnklachten optreden. De symptomen bij ernstige hyperpronatie bestaan uit vage klachten in gewrichtdragende situaties. Ze openbaren zich vooral net onder het enkelgewricht of lateraal van de sinus tarsi.
Hyperpronatie gaat meestal gepaard met een pes planus afwijking.
Hypopronatie
Hypopronatie of onderpronatie is het tegenovergestelde van hyperpronatie. Net zoals bij hyperpronatie is er alleen sprake van onderpronatie als de voet een eversietraject aflegt dat (veel) minder is dan de 'normale' waardes die hiervoor staan.
Onderpronatie gaat ten koste van de natuurlijke demping, waardoor een verhoogd risico op blessures ontstaat. Door onvoldoende veerkracht in de voet worden grondreactiekrachten doorgegeven naar omhoog, door de enkel naar de knie, de heupgewrichten en de wervelkolom. Meestal gaat dit samen met laterale knieklachten.
Hypopronatie komt vaak voor bij voeten met een varusafwijking.
Onderzoek
Vaak kan de hyper- of hypopronatie in een goede hardloopspeciaalzaak worden beoordeeld. Hierbij wordt veelal gebruikgemaakt van video-opnamen. Ook uit slijtageplekken op de oude (hardloop)schoenen kan hierover informatie worden afgeleid.
Behandeling hyperpronatie
Omdat hyperpronatie meestal gepaard gaat met een pes planus, bestaat de behandeling vooral uit ondersteuning van het longitudinale gewelf. Daartoe wordt een individuele therapiezool gemaakt. In ernstige gevallen moet u een (diepere) kuipsteunzool toepassen. U kunt deze zolen echter nooit zomaar spiegelen; de mate van pronatie verschilt vaak per voet! Zorg voor voldoende ondersteuning, maar tegelijkertijd moet de voet wel de normale pronatiebeweging kunnen maken die nodig is tijdens het lopen.
Bij overgevoelige voeten met een lichtere mate van hyperpronatie kunt u volstaan met een mediale wig van 3 mm dik, bekleed met PTT of poron. De therapiezolen worden gedragen in stevige veterschoenen met extra hieldiepte. Dit laatste is nodig om voldoende 'slot' te waarborgen. Het gaat hierbij dus om schoenen met uitneembare inlegzolen en met een extra hoog contrefort.
Behandeling hypopronatie
Een neutrale schoen is voor diegene die geen last heeft van overmatige pronatie, maar ook voor mensen (bijvoorbeeld lopers) die onderproneren. Dit geldt voor 40% van de Nederlandse bevolking. Er wordt geen verdere versteviging aangebracht, maar omdat de voet minder veerkracht heeft, is demping in de schoen extra belangrijk.