Hernia nuclei pulposi (HNP)

De afkorting HNP staat voor hernia nuclei pulposi. Deze aandoening wordt meestal veroorzaakt door een degeneratie van een discus intevertebralis (tussenwervelschijf) waarbij door compressie een wortellaesie ontstaat.
Een discusdegeneratie geeft op zich geen klachten. De klinische verschijnselen worden veroorzaakt door de secundaire gevolgen van de degeneratie, namelijk door de ruptuur (scheur, breuk) van de annulus, de ring van ligamenteus bindweefsel die het binnenste gelei-achtige gedeelte van de tussenwervelschijven (de nucleus pulposis) omkleedt. Zo ontstaat een uitstulping van de nucleus pulposis waardoor de paravertebrale (naast de wervels gelegen) ligamenten en zenuwen worden geprikkeld (figuur 1).

Onderzoek
De huisarts, fysiotherapeut of de registerpodoloog B kunnen op basis van de klachten en een lichamelijk onderzoek vaststellen of de klachten op een hernia wijzen. Ook röntgenonderzoek kan uitsluitsel geven. De podoloog mag ook in dit geval zeker geen medische diagnose stellen, bij vermoeden op een hernia dient u de cliënt door te verwijzen.
Het lichamelijk onderzoek bestaat onder andere uit het uitvoeren van de 'straight leg raising' test en  de weerstandstest voor de m.triceps surea (zwakte van deze spier kan het gevolg zijn van een hernia). Ook andere weerstandstests, sensibiliteitstests en reflextests kunnen worden ingezet om de aanwezigheid van radiculaire prikkeling te onderzoeken.

Ziekteverschijnselen
Het voornaamste symptoom van HNP is lage rugpijn. Meestal staat pijn meer op de voorgrond dan spierzwakte. Bij uitvalsverschijnselen worden naast zwakte ook sensibiliteitsstoornissen gevonden in het betreffende segment. Alleen wanneer een reflex over de betreffende wortel verloopt treedt verlaging van deze reflex op. Bij ernstige afwijkingen komt ook atrofie voor. De aanwezige paresen zijn vaak niet waarneembaar omdat spieren door meerdere zenuwwortels worden geïnnerveerd. Soms is de verlamming wel duidelijk zichtbaar, in dat geval gaat het vaak om een klapvoet.


Behandeling
Een hernia behandeling hoeft niet altijd operatief te zijn. Met rust en fysiotherapie gaan 70-80% van de hernia’s vanzelf weer over. Het natuurlijk beloop is dus gunstig.
Als de acute fase (4 tot 8 weken na het ontstaan van de hernia) voorbij is en er komt geen natuurlijk herstel op gang, is afhankelijk van de klachten (verlammingsverschijnselen, hevige pijn) een operatieve behandeling geïndiceerd waarbij de uitstulping van de discus en de discus zelf worden verwijderd om recidief te voorkomen. Littekenweefsel zal ervoor zorgen dat beide wervels niet op elkaar komen te liggen. Ook is een endoscopische herniaverwijdering mogelijk, hierbij wordt via een klein buisje alleen het verschoven of uitpuilende weefsel verwijderd.

Podologie

Wanneer HNP heeft geleid tot een klapvoet, kan een registerpodoloog A bijdragen aan de behandeling door adequaat schoenadvies en steunzolen. Adviezen voor therapie van een klapvoet zijn:

  • lichtgewicht schoenen die goed afrollen;
  • steunzool stabiliseren en ondersteunen;
  • lateralisatie tegengaan door goede laterale tegendruk te bieden;
  • indien nodig de schoen lateraal uitschoren;
  • veterschoenen met een niet te platte hak (± 2 cm hielheffing) en goed sluitende contreforts.

Het aangrijpingspunt voor een registerpodoloog B is (daarnaast) de eventuele afwijking van de statiek. Daarbij dient u te letten op de bekkenstand: shift van bekken naar links of rechts, rotaties van het bekken en voor- of achteroverkanteling. De stand van het bekken heeft invloed op de stand van de wervelkolom. Ook scolioses (C- of S-scoliose) kunnen bijdragen aan de pijnklachten van de cliënt. Als podoloog zult u nagaan welke invloed de stand van de voet heeft op de stand van het bekken en de wervelkolom.


Bijvoorbeeld: een pathologische valgusstand van de calcaneus geeft een endorotatie van het onderbeen en een valgusstand van de knie, wat leidt tot relatief beenlengteverschil. Dit kan een bekkenshift met rotatie veroorzaken. Om het hoofd zo recht mogelijk te houden, zal deze standsverandering van het bekken worden gecompenseerd in de wervelkolom. Door de torsies en scolioses (asymmetrie) in de wervelkolom kan er discusdegeneratie ontstaan, wat kan leiden tot prikkeling van de zenuw (figuur 1).


Tijdens de behandeling tracht u met behulp van podologische correcties de stand van de wervelkolom zoveel mogelijk te corrigeren, zodat de asymmetrie van de wervelkolom wordt geminimaliseerd. Hierbij kunt u het beste gebruik maken van een 3D-meter, zodat u direct kunt zien welke invloed de correcties hebben op de totale statiek.

Bron: stichting LOOP